Terug van weggeweest

Anderhalf jaar niet geblogd, interesse was verschoven naar een nieuwe episode in mijn leven.
De lange tijd dat ik alleen was (ruim 20 jaar) met 5 katten om me heen die één voor één rondom mij wegvielen, heeft plaats gemaakt voor een lieve man.
De zwarte poes die als laatste is heengegaan, hebben wij samen weggebracht.
Je zou bijna zeggen dat zij heeft gewacht (ze is ruim 17 jaar geworden) tot ik nieuw gezelschap kreeg. De laatste maanden van 2015 hebben we met z’n drietjes mogen beleven.
Totdat het met poes niet meer ging. Ze had een tumor in haar kaak die zeer kwaadaardig was.
In samenspraak met de dierenarts hebben we het juiste tijdstip van inslapen weten te bepalen.
Best lastig nog. Je wilt het niet te vroeg doen, maar ook zeker niet te laat.
Volgens ons hebben we het precies goed gedaan. Op 3 december 2015 is ze ingeslapen.
Ze rust in vrede.

Wat een gemis, dat wel. Het werd stil in huis. Ondanks dat ik nieuwe liefde om me heen had, was ik toch vaak verdrietig. Het was voor mij ook een afsluitende periode en dat maakte het moeilijk.
Maar gelukkig hebben mijn vriend en ik het samen beleefd.

We zijn ons lieve meisje nog niet vergeten. Ik denk nog vaak aan haar.
Toch bleef het gevoel van ‘stil in huis’ bestaan. Geen katten meer om ons heen.
Daarom toch besloten in het voorjaar voor nieuwe katjes te gaan.
Het zijn 2 katertjes geworden uit 1 nestje. Een rode en een rood/witte, die de boel hier in huis aardig op z’n kop zetten. Veel kapotgevallen vazen, potten, beelden, etc. zijn waar mogelijk gerepareerd en opgelapt met een nieuw verfje. Dat is nou eenmaal zo in het begin, er gaat van alles kapot en dat weet je. Stil in huis is het dus absoluut niet meer.
De boevemannen zijn intussen al gecastreerd en gechipt.

Het is gezellig zo, met z’n vieren in huis. Alles voelt compleet en ik ben er blij mee.

 

Advertenties

Wat knabbelt er aan mijn teen?

 

Had ik hier vorige week een pad in huis, waarbij ik nog dacht ‘blij dat het een pad is en geen muis’, want de pad is traag en kon ik zo pakken en weer buiten zetten. Een muis daarentegen is zo snel, die pak je niet zomaar.

Loop ik gisteren in de gang en zie in de keuken nog net een muisje water drinken uit het bakje van de kat. Toen hij mij in de gaten kreeg, schoot ie bliksemsnel achter de koelkast.

Oooow jee, hoe krijg ik die muis daar weg…
Heb een spoor van stukjes brood door de gang naar de voordeur gelegd, in de hoop dat de muis zijn weg naar buiten zou weten te vinden. De hele middag en avond dus de deur op een kiertje gehad.

Vanmorgen lagen de stukjes brood er nog, en had geen flauw idee of de muis nog in huis was of niet.
Toch de voordeur weer op een kier gezet. Want je weet het niet hè.
Tot een half uur geleden.
Ik zit rustig aan m’n bureau achter de pc, m’n voeten op een voetenbankje…
Knabbelt er ineens wat aan m’n teen!
Ik schrok en dacht meteen o, de muis. Hij is er dus nog.
Met de zaklamp overal onder en achter gekeken, al wat ik zag was veel spinneweb en stof, maar geen muis. Nu staat er een doos op de grond, met een bakje water en wat stukjes brood en maar van harte hopen dat ie daar naartoe gaat.

Intussen komt de kat nieuwsgierig kijken en drinkt uit het bakje. Hahaha, dat was niet voor jou bedoeld, muts! Vervolgens gaat ze gewoontegetrouw op de stoel naast me liggen.
De terrasdeur van de woonkamer staat nu dus op een kier voor het geval de muis die uitweg weet te vinden. Meestal kruipen ze langs de muren en dan komt ie vanzelf de openstaande deur tegen.

Gelukkig ben ik er niet bang voor. Het schrikbeeld van gillende dames die op een stoel gaan staan zul je hier dus niet aantreffen. Ik vind het meer zielig voor het muisje dan wat anders.

Benieuwd of de kat het muisje eerder hoort of ziet dan ik. Dan bén je blij dat je een ‘muizenvanger’ in huis hebt, kun je er nog zelf achteraan. Nee, madam is liever lui dan moe. Ze ligt hier gewoon naast me te luieren op de stoel.

Maar dat ie aan m’n teen zat te sabbelen… dat heb ik nog nooit meegemaakt. En uit reflex trek je snel je voet weg. Och, arm beestje…

 

Wat ligt daar onder het bed?

En zo schrijf ik bijna 5 maanden later weer eens een blogje. Het werd eens tijd.

Vanmiddag, voordat ik de deur uit ging voor boodschappen, keek ik nog even waar de kat was.
Ik zag haar niet op de voor haar gebruikelijke ligplaatsen en ging dus verder op zoek.

Ik keek onder het bed en zag er wat liggen. Geen kat. Het was óf een haarbal óf een dode muis.
Met de zaklamp kon ik zien dat het een dode muis was. Jasses, balen, want ik kan niet onder het bed.
En natuurlijk lag ie net uit het midden.
Dat betekende alles eraf, inclusief 2 persoons matras.
Nou ja, komt na de boodschappen wel.

De kat was inmiddels uit nieuwsgierigheid komen kijken, dus ik wist nóg niet waar ze nou uiteindelijk vandaan kwam. Tja, soms is dat echt een raadsel bij die beesten.

Zoals gezegd, terug van de winkel, moest ik die muis onder het bed vandaan halen.
Ik wilde het niet met een bezemsteel of zo proberen, want ik wist niet in hoeverre hij al aan ’t ontbinden was, en wat je dan al voor prut over je tapijt trekt. Ik had een week geleden daar gestofzuigd.

De boel eraf gehaald, een 2 persoons matras blijkt dan nog best een onding om fatsoenlijk van het bed af te manouvreren. Spulletjes van het nachtkastje af gehaald en trekken maar. Uiteindelijk had ik ‘m op z’n kant tegen de kast aan. Lattenbodems eraf gerold en zo kon ik de muis weghalen.
Hij liet wel een donkere plek achter, dus dat gelijk schoongemaakt. Blij dat ik het niet met een bezem had gedaan.
Ach en als je dan toch bezig bent… gelijk de stofzuiger er maar weer bij en achteraan bij het hoofdeinde nog wat spinnewebben en stofwolken verwijderd, daar kon ik nu immers goed bij. Matras helemaal aan de onderkant gezogen en hup weer op het bed.

Ja, dat klinkt allemaal wel snel, maar ik had de druppels op de kop staan.
In elk geval was de muis weg en kon hij niet gaan stinken.
Voortaan toch maar even wat vaker onder het bed kijken of mevrouw er geen kadootje heeft achtergelaten.
Normaal gesproken legde ze haar prooien altijd naast het bed, zodat ze direct bij het opstaan ’s morgens zichtbaar waren, maar daar maakt ze blijkbaar geen gewoonte van.

Ach, ’t is de zoveelste muis die ik opgeruimd heb. Wat dat betreft wen je daar wel aan. Ik had alleen graag gehad dat ze ‘m in het zicht had neergelegd.

Jeetje en ik zie net aan de datum dat ze vandaag jarig is! ’t Is al de twaalfde!
Nou gefeliciteerd meisje met je 16e verjaardag.

 

Poosje geleden

Het is alweer een poosje geleden dat ik me met mijn blog bezighield. Nu wilde ik er toch weer aandacht aan besteden.

~~~~

Ik vertelde al over het overlijden van mijn trouwe kater, die we heel erg missen natuurlijk. ‘We’, want de poes die als enige achterblijft is het er nog steeds niet mee eens dat haar kameraadje niet terugkomt. Ondanks dat zij best een einzelgangertje leek te zijn -bemoeide zich niet al te veel met de andere katten- mist ze hem meer dan ik had gedacht. Blijkbaar was het ‘aanwezig zijn’ van haar maatje al genoeg.
En aanwezig wás ie!
Ik moet zeggen dat het heel stil is geworden in huis. Hij was altijd aan ’t mauwen en bedelen. Ieder uur hoorde ik hem wel. Hij maakte me ’s morgens wakker, stak al walsend het dekbed -en mij- wel tien keer over, om er toch maar zeker van te zijn dat ie zijn bakje voer wel kreeg.

Als ik aan de koffie zat, mauwen. Opstaan, want ik wil eten. Dat ging zo’n beetje de hele dag door. Ach, de lieverd, dat was nog het enige wat hij te doen had op z’n leeftijd. En dan kon hij altijd vreselijk druk zijn met het bedekken van z’n keutels die inmiddels al naast de bak lagen. De helft van het grit eruit natuurlijk. Mikken was z’n sterkste kant ook niet meer. Daar was ik wel vier keer per dag druk mee, om de boel weer op orde te krijgen. Daarnaast was ik elke dag bezig met pilletjes tot poeder malen en door z’n eten roeren. Af en toe -als meneer meewerkte- kreeg ie dan z’n pufje…
Ach, de schat, wat was hij duidelijk aanwezig.

Dat missen we. Nog steeds ja. En ’t is alweer ruim 3 maanden geleden. Ikzelf kan het plaatsen, want hij werd echt oud. Met de dag zag ik ‘m ouder worden. En ik weet waar hij is, in de hemel. Maar dat kan ik mijn lieve zwarte poes maar niet duidelijk krijgen. Dat vind ik het beroerdste nog.

Ook daar komt ze ooit wel overheen. Hoop ik. Het is er voor haar niet leuker op geworden. Altijd katten om zich heen gewend en nu alleen. Dat is natuurlijk ook heel vreemd voor haar. Soms is ze boos. Dan mag ik haar niet aaien of troosten. En dan zeg ik: dat mag hoor, jij mag boos zijn, dat kan ik me goed voorstellen. Maar terughalen kan ik haar maatje niet. Was ’t maar waar.

Vandaar toch even een kaarsje.

 

Zijn taak zit er op

Vandaag had mijn kat Timo een kans om verder te herstellen van z’n tia, maar het werd er niet beter op.
Hij liep wel vaker wat rechter, maar telkens als hij van het punt waar hij was weer verder wilde, ging hij weer linksom rondjes draaien. Zag nog steeds niks, hoorde nog steeds niks…
Ging vaak onder het bed liggen, waar hij nooit lag. Spinde haast niet meer als ik ‘m aaide. Het leek ook net alsof hij niet zo warm meer aanvoelde, of ik moet het me verbeelden, maar ik zag als het ware het leven uit hem wegtrekken. Nee, dit was geen leven voor hem.

Als ik goed naar de kat en z’n karakter kijk, was hij altijd een gezelschapsdier. Hij kon slecht alleen zijn. Was een allemansvriendje en begaf zich zelfs tussen de 20 zwerfkatten die achter mijn vorige flat liepen. Iemand gaf ze altijd eten en dat vond meneer ook wel wat, kipfilet. Hij ging er gewoon tussen lopen alsof hij zelf een zwerfkat was. Eten was dan ook z’n grootste hobby.
Als er hier mensen over de vloer waren, was hij er altijd bij. Helemaal leuk! Als er een monteur in huis was, moest ik m’n kat altijd daarbij weghalen, want dan liep hij in de weg. Reuze interessant vond ie het allemaal.

En nu… nu was hij alleen… hoorde ons niet meer, andere poes en mij, kon niet meer naar buiten kijken naar alles wat bewoog. Wat moet dat een eenzame ellende zijn voor een kat die altijd van contact genoot.
Nee, dit wilde hij duidelijk niet. En dat werd me vandaag meer en meer duidelijk. Ik heb goed naar hem gekeken, uiteraard vaak geaaid en geknuffeld, en telkens als ik dan weer bij hem wegliep om iets anders te gaan doen, had ik steeds het gevoel dat ik hem in de steek liet. Dat ik hem daar maar liet liggen.
Nee, dit kon echt niet langer.
Vanavond rond half 8 heb ik ‘m in laten slapen.
Hij was ook zo weg, alsof het ‘goed’ was. Hij was compleet op.
Zijn taak zit er op.
Hij was de kat met gevoelige luchtwegen waardoor ik het roken in huis liet. Ik ben elektronisch gaan roken in huis, omdat ik hoopte dat dat zou helpen. Hij hoestte gewoon door, dus had iets van bronchitis of astma van zichzelf. De laatste paar jaar kreeg hij ook een pufje.
Door het ‘dampen’ of elektronisch roken, ben ik sinds 4 maanden van de sigaretten af.
Dat is onmiskenbaar zijn taak geweest in mijn leven. Mij van het roken af helpen.
Het is ‘m gelukt! En nu mag hij rusten.

Ik ben dankbaar dat ik 16 en een half jaar met hem heb mogen doorbrengen.
Rust zacht lieverd. Ik zal je nooit vergeten.

Dilemma

Half december vorig jaar kreeg mijn oudste kat Timo een kleine tia. Hij wilde ’s middags op de bank springen maar donderde zo weer terug op de grond. Ik keek ‘m aan… wat is dat nou? Hij keek mij aan…
Hij liep een stukje en hij leek zo dronken als wat. Zijn achterkant wilde niet mee en hij viel steeds.
Direct dierenarts gebeld, kon diezelfde middag meteen terecht.
Zijn reflexen waren goed. Conclusie: waarschijnlijk een tia en bij de meeste katten zagen ze binnen 48 uur verbetering. Dus het beestje de tijd gegeven en hij knapte zienderogen diezelfde avond al weer op. Hij liep rechter, viel niet meer zo vaak om en de volgende dag sprong hij alweer op de bank.
Pfjieeeeuw. Dat hadden we maar gehad. Hij was toen ruim 16 jaar.
In de regel zou dit volgens de dierenarts bij katten vaak maar 1x voorkomen.

Gisteren, donderdagavond, rond 20.00 uur, kwam hij luidkeels mauwend vanuit de slaapkamer (hij ligt vaak op mijn bed) de woonkamer in, en hij bleef zitten en bleef achterom kijken, richting slaapkamer.
Ik dacht wa’s dat dan? Het bleek dat hij helemaal nergens naar keek, maar z’n kop wilde maar linksom gedraaid blijven. Want toen hij ging lopen zag ik hoe laat het was. Hij liep weer zo dronken en bleef rondjes linksom lopen. Toen een klein stukje rechtdoor, om vervolgens overal zo’n beetje tegenaan te lopen.
Hij wist niet waar hij heen moest.
Ik riep hem en ging naar hem toe om te aaien, maar hij reageerde in eerste instantie niet. Pas toen ik ‘m kon aaien en vasthouden had ik enig idee van herkenning.
Heb hem goed in de gaten gehouden en hij bleek ook niks te kunnen zien. Met mijn handen voor zijn ogen langs, daar reageerde hij niet op. Als ik floot, wat ik vroeger altijd deed als ik ze binnen wilde fluiten voor het eten, reageerde hij ook niet. Oeps. Dit is ernstig. Hij hoort niks, hij ziet niks…

Het spoednummer van de dierenartsen maar gebeld om te vragen hoe of wat.
Natuurlijk was het weer een dierenarts 15km verderop die dienst had, maar goed.
Ik kreeg een dame aan de lijn, vertelde wat er was, en ze zei dat het op oudere leeftijd vaak een tumor in de hersenen kan zijn, of een bloedpropje, of te hoge bloeddruk waardoor hij slecht kan zien omdat het oogvlies los zou laten… Hoe dan ook, geen goeie prognose, en als het erger zou worden kon ik later op de avond terugbellen en evt. langskomen.

Het werd niet erger, maar het werd ook niet beter. Dan de nacht maar in op goed geluk.
Aangezien hij altijd op mijn bed ligt ’s nachts en niet meer zelfstandig op het bed kon springen, heb ik hem zelf opgetild en op het bed gelegd. Nog een opstapje naast het bed gezet zodat, als hij eraf wilde, hij niet zo’n grote sprong hoefde te maken.
Ik heb ‘m continue geaaid, het licht aan gelaten, en half zittend heb ik om 03.00 de klok nog gezien.
Ben zo ongeveer om de 2 uur wakker geweest en ergens tussendoor wilde hij van het bed af. Ik zat helemaal strak en op scherp om te kijken hoe dat ging. Nou niet echt soepel, van het opstapje viel hij nog af.
Maar hij liep gelijk door naar de woonkamer en ging daar zitten. OK. Ogen weer dicht.

Zo zijn we de nacht door gekomen, en rond 10, 11 uur begon hij weer zoals gewoonlijk elke ochtend luid te mauwen, want dan moest ik het bed uit om voor het voer te zorgen natuurlijk.
Ik dacht nog, nou, dat is alvast een goed teken, dat hij dat nog doet. Maar hij liep nog net zo slecht als gisteravond, en reageerde niet op mijn stem of welk geluid dan ook.
Het tikken van de vork in zijn etensbakje bijv. als ik er blikvoer in doe, of het openen van de koelkast… hij reageerde niet. Maar wist wel dat hij eten zou gaan krijgen, want hij bleef zenuwachtig rondjes draaien in de keuken. Echt, ik zette zijn bakje voer neer, en hij bleef dom rondjes draaien. Ik moest hem vastpakken en met z’n bek naar het bakje sturen en toen wist hij: eten!
Hij eet ook goed verder, dat is het tweestrijdige, hij gaat ook netjes op de kattenbak. OK, er liggen dan wel een paar drolletjes naast, maar dat had hij al wel vaker. Het plasje ging in elk geval keurig in het grit.

Ik wist niet goed wat ik ervan denken moest en hield rekening met het ergste. Dit leek me toch geen leuk leven voor een kat op deze manier. Hij ging ook overal snuffelen, alsof hij het huis moest ‘herontdekken’, dan lag hij hier dan lag hij daar, maar meestal met z’n kop dus naar links.
Rond 12 uur vanmiddag (vrijdag) mijn eigen dierenarts gebeld, en dit verteld. Ik had de assistente aan de lijn en zij zei ook dat als je moest besluiten om te euthanaseren, je er de kat een groot plezier mee doet.
Zoiets dacht ik natuurlijk ook al. Ik heb gelijk een afspraak gemaakt en om 5 uur kon ik terecht, en dan zouden we het er nog eens goed over hebben, dan zou de dierenarts ook met me meedenken, want ik vind dit heel moeilijk.

De hele middag heb ik hem geaaid, tegen hem gepraat, een soort van afscheid genomen…

Kwart voor vijf, de kattenmand gepakt en we zijn gegaan. In de auto was hij wel af en toe aan het mauwen, maar of dat op reactie van mijn stem was, weet ik niet. Denk het niet. Moet je je voorstellen hoe het is om niets te kunnen zien of horen en dan in een mand in de auto wordt gezet… God wat had ik medelijden met hem. De laatste rit … zo was ik op voorbereid.

Bij de dierenarts aangekomen, heb ik de kat gelijk op de grond uit de mand gelaten zodat hij kon zien hoe hij liep. Dat was duidelijk rondjes draaien en zo af en toe tussendoor een klein stukje recht.
Op de behandeltafel testte hij het reactievermogen op diverse manieren maar ‘hij kreeg niet veel meer mee’ zo zei de dierenarts. Hard in z’n handen klappen … reageerde hij ook niet op.
Toen stonden we nog te praten over hoe het is voor een kat om niet te kunnen zien of horen, en meer medische taal, het kan dit zijn, het kan dat zijn. Maar het lijkt het meest op een tia.
En daar gaan we weer, van een tia kunnen ze binnen 48 uur opknappen.
Ja, maar toch, de vorige keer zag ik al verbetering binnen zo’n zes uur. En nu was het inmiddels al 21 uur geleden, vandaar mijn twijfel en mijn zorg dat het deze keer niet goed zou komen.
Hij moest echt binnen die 48 uur opknappen, daarna kun je geen verbetering meer verwachten. Het belangrijkste was dat rondjes draaien, dat moet verbeteren.
OK. Stel, ik wacht dus tot zaterdagavond 20.00 uur… Dan kan dat rondjes draaien verbeterd zijn, maar dan heeft hij nog geen zicht en gehoor… Nee, maar daar kan een kat heel goed mee leven. Dat is anders dan bij mensen. Pfff, wat moet ik nou. Tja, het was mijn beslissing, zo zei hij. Als u hem nu niet mee naar huis wilt nemen, is ook prima hoor, ik sta wel achter uw besluit als u die nu zou nemen. Maar toen had ik inmiddels al besloten dat hij die kans van een dag extra natuurlijk wel kreeg. Ik bedoel, wie ben IK dan om te besluiten dat een kat maar dood moet?

Als u er klaar voor bent, dan… Ja, ik ben er wel klaar voor, hallo zeg, hier leef je naartoe omdat het beestje al 16 en een half is, dus je weet dat dat einde een keer komt, maar het gaat niet om mij, het gaat om de kat.
Maar de kat lijdt niet, zei de dierenarts. Dat kan ik zo zeggen, hij lijdt geen pijn of zo.
Pffffff. Moeilijk.
Als ik bereid ben een gehandicapte kat in huis te houden, dan kan de kat daar goed mee leven.
Ja met alle liefde, ik bedoel, als ik de kat daar blij mee maak… Maar ik betwijfel dan heel sterk of de kat nog een leuk ‘kwalitatief’ leven heeft. Daar moet ik ergens een grens trekken, en is aan mij om te bepalen.

Nou ja, voor nu krijgt ie dus eerst nog een kans. De kans is klein, maar hij is er.

Heb nog wel gevraagd wie of er dit weekend, of in elk geval zaterdagavond dienst had, en dat bleek gelukkig zijn collega in de praktijk, dus ik zou geen 15km hoeven rijden, maar maar 5 minuutjes in de auto.
Die collega is de fijnste arts in mijn beleving, dus daar was ik wel blij mee. Ik heb afgesproken dat ik hem zaterdagavond rond 20.00 uur bel om e.e.a. af te spreken. Ik laat sowieso iets horen.
Dat was prima, en mocht het zo zijn dat u niet belt, dan bel ik u maandag. Top. Afgesproken.

Maar goed, nog altijd een dilemma… wát doe ik als de kat hetzelfde blijft als ie nu is. Dan weet ik het nóg niet. Het punt is dat hij goed eet en op de bak gaat, en dat is dan weer het positieve van het verhaal.
Dat maakt het zo moeilijk. Ik denk dat ik heel goed moet bedenken wat de kwaliteit van leven dan nog is voor zo’n beestje. En de gedachte: wat komt hierna? Hoe tref ik hem misschien wel geheel verlamd aan als ik ’s morgens wakker wordt omdat hij weer een tia heeft gehad?  Hoe beroerd moet het worden? Tot hoever moet je dit laten komen? Dit kan misschien nog een half jaar of een jaar goed gaan, maar dat weet je niet. Dit soort dingen ga ik morgenavond dus met mijn favoriete dierenarts bespreken.

Afscheid doet zeer, hoe dan ook, maar dit -een beslissing nemen- vind ik geloof ik nog erger dan afscheid.

Hij mag slapen

Ons wondertje mag eindelijk slapen.

Het ging gisteren weer even goed na de injecties. Hij at goed en kwam gisteravond bij me op ’t bureau liggen, paar keer onder het bed vandaan, en zelfs vannacht kwam hij naast me op bed liggen.

Ik dacht nog ‘nou, zou dit ‘m dan gaan worden?’, maar ik durfde nog niet blij te zijn. Dus heb mijn emoties geprobeerd ‘vlak’ te houden.
Om half 5 vannacht moest ik naar ’t toilet en de kat kwam meteen achter me aan. Heb ‘m wat eten gegeven en hij at het op.
Mooi zo. Weer wat naar binnen gewerkt.
Vanmorgen om half 8 at hij ook nog, maar minder.
Om half 10 wilde hij geen blikvoer meer, haalde zijn neus op. Alleen een paar droge brokjes gingen er nog in.
Ik dacht o, de injecties zijn uitgewerkt en de misselijkheid is terug. Maar goed, voor zijn doen had hij al best veel gegeten en ik besloot geduld te hebben want je kunt ‘m ook te vol voeren natuurlijk. Geef het nog niet op!

Ik zag de bui allang hangen natuurlijk, want als die misselijkheid steeds terugkomt eet hij niet. Zo simpel als ’t maar kan. Kun je wel elke keer proberen een injectie te geven maar dan blijf je aan de gang.

Dierenarts gebeld met de mededeling dat ik niet meer weet wat ik hiervan denken moet. Assistente zou doorgeven dat ik teruggebeld werd, ze waren allebei druk bezig.

Vanmiddag rond 2 uur was ik uit bed, zat aan de salontafel koffie te drinken, en daar kwam hij aan, mauw mauw. Hoe is het kerel, wat wil je? Een knuffel? Eten? Geen van beide. Vanuit de keuken liep hij weer terug naar zijn plekkie onder het bed.
Tien min. later zelfde verhaal.
Mauw mauw. Het werd me steeds duidelijker. Hij weet niet waar hij het zoeken moet. Nu weet ik het zeker.

Ik keek steeds wel hoé hij onder het bed lag. Als hij nou lekker ontspannen ligt te slapen is het wel even oké. Maar hij zat min of meer rechtop, alle voetjes keurig naast en tegen elkaar, beetje ronde rug en zijn koppie hing een beetje voorover.
Kattenbezitters kennen zo’n houding wel.

Dan is ’t niet goed. Dan heeft hij geen rust. Hij zit te zitten omdat hij anders niet weet wat te doen. Zo slapen katten niet. Ja even, maar na een poosje nemen ze toch een meer ontspannen houding aan en gaan ze liggen.

Dierenarts belde terug. E.e.a. verteld zoals hierboven beschreven, en hij beaamde dat het dan toch het beste was om voor euthanasie te kiezen. “We hadden gehoopt dat de kat van de nierspoeling flink op zou knappen, maar dat doet hij blijkbaar niet.”

Wanneer of dat ik het zou willen, een dag wachten…
Nee, niks meer wachten. Daarnaast zou ik in het weekend naar een ander moeten en dat vind ik niet fijn.
Nee, oké.

Om kwart voor zes ga ik daarheen, we praten er nog even over, en dan mag het menneke echt gaan slapen.

Ik schiet af en toe vol, maar dat is volgens mij meer van de spanning dan van het feit dat de kat er straks niet meer is.
Want voor hem vind ik het fijn dat hij niet meer hoeft te lijden.

Natuurlijk zal ik hem gaan missen, maar dit is het beste voor hem.

 

 

 

 

 

 

 

For ever in my heart. Billy 17-7-1999 * 6-7-2012.

 

Weer thuis

Na 3 dagen nierspoeling kon ik de kat Billy om 18.00 uur weer ophalen. De nodige medicijnen en voer meegekregen en nu moet hij het zelf ‘doen’. De spoeling heeft veel afvalstoffen weggehaald. Dat was eenmalig nodig om hem een zo groot mogelijke kans te geven. Alleen met juiste voeding en medicatie was het nog maar de vraag of hetzelfde niveau bereikt kon worden.

Het is niet zo dat dat telkens weer herhaald moet worden, zoals bij mensen. Dat had ik me al voorgenomen ook, want het is voor zo’n beestje een verschrikking en voor de portemonnee ook.

Nee, in feite rek je een leven. En eigenlijk ben ik niet zo van die praktijken, liever wat natuurlijker, op is op, maar ik wilde hem die kans toch geven. Als het de eerstvolgende keer weer minder gaat is het gewoon klaar. Einde oefening. Genoeg gedokterd. Dat zei de d.a. min of meer ook.

Ik was er al op voorbereid dat de kat boos zou zijn en direct onder het bed zou verdwijnen. Maar het tegendeel gebeurde. Hij liep zijn mandje uit, wel wat wankel, ging in de kamer op de grond liggen en hij liet zich maar wat graag knuffelen. Ik probeerde natuurlijk direct of hij wilde eten, want bij de d.a. blijkt hij alleen ’s nachts te hebben gegeten, en zowaar, hij at wat. Weer in de kamer heb ik ‘m een uur lang geknuffeld. Hij gaf een paar koppies, en was naar mijn idee gewoon dankbaar. Ach, die lieverd.

Hij bleef nog een poosje in de kamer liggen, maar vertrok uiteindelijk toch maar weer naar z’n plekkie onder het bed.
Meteen schiet er dan door me heen ‘o jee, het zal toch wel goed zijn hè’. Maar ja, ik moet hem ook even de tijd geven om een beetje in het ritme te komen. Dus maak me nog niet zo druk.

Daarstraks om kwart voor tien kwam hij naar me toe lopen.
Ik zat net achter m’n pc. Mauw mauw. Hij wilde eten.
Jippie! Hij ging zelfs op z’n achterpoten staan en krabbelde ongeduldig met z’n voorpoten tegen de aanrechtkastjes.
Zo zo, die heeft honger!
En hij at goed.
Maar… toch weer onder het bed. Ik vermoed dat het momenteel even zijn ‘bijkomplekje’ is, daar houd ik het maar op.
’t Is nu gewoon afwachten wat er de komende tijd zal gebeuren.
Over 2 tot 4 weken, gaan we weer bloed prikken en dan weten we meer over de waarden en hoe hij het ‘doet’.
Voorlopig zijn we blij dat hij weer thuis is, zowel de kat als ik.

Diagnose

Zoals gezegd, vandaag weer naar de dierenarts geweest.
Het gebit van de kat Billy zag er redelijk uit en kon nooit de reden zijn dat hij niet meer wilde eten, volgens de d.a. Dus er is bloed afgenomen om te kijken of er iets anders speelt. Nieren, lever, hart, suiker, weet ik al niet wat, is naar gekeken.
En terwijl we stonden te praten, ben daar een uur geweest, kwam er al een uitslag tevoorschijn. Hij blijkt nierpatiënt te zijn.
De waarden waren 6x hoger dan normaal.
Er werd ook een lichte hartruis geconstateerd, maar dat kan tijdelijk zijn. Hoort bij het beeld van de situatie nu. Lichtelijk uitgedroogd, sloom, maar houden we/ze in de gaten.
Hij heeft meteen een infuus met vocht toegediend, dat zou al helpen dat de kat zich beter gaat voelen en weer wil eten.

De puzzelstukjes vallen eindelijk inelkaar. Hij viel langzaam af het afgelopen jaar en zijn slechte gebit is een gevolg van slecht werkende nieren.
Het is nog net niet dramatisch maar er moet wel wat aan gedaan worden.
De d.a. stelde voor de kat 3 dagen op te nemen voor een nierspoeling.
Nou dat moet dan maar.
Ook al is het een super angstig katje, wat nodig is, is nodig. Hij krijgt dan iig valium om rustig te blijven. Dat heb ik er echt ingehamerd.
Maandagavond kan ik ‘m brengen, zodat hij di wo do aan het infuus kan.

Dan na een maand nog een keer bloed prikken om te kijken of e.e.a. heeft geholpen. Hij moet uiteraard op nierdieet en krijgt niermedicatie.
Daarmee ben ik al bekend bij mijn andere kat, dat scheelt.
Na die maand heeft de d.a. ook een beeld van de levensverwachting van de kat.
Hij kan dan pas goed zeggen hoe het ervoor staat.

Nou, hè hè, het was dus helemaal niet zijn gebit. Dat is een secundair probleem. Wanneer het later wat beter met hem gaat, heb je goed kans dat zijn gebit ook weer beter wordt, want er wordt dan minder tandsteen aangemaakt, wat voor ontstekingen zorgt. Zo zou hij nog jaren mee kunnen.

Blij dat we het nu weten, maar voor de derde keer heb ik toch weer afscheid genomen wat niet nodig bleek. Weer heb ik voor Jan Lul de halve nacht jankend doorgebracht.

Ja, ook zoiets: ik kwam de spreekkamer binnen en het eerste wat de d.a. vroeg was “hoe gaat het met u?” Schoot ik wéér vol. “Dat had u nou nét niet moeten zeggen.” Hahahaha, het was goed bedoeld van die man. “Ja sorry hoor, ik schiet de halve nacht al vol en dacht het hier droog te houden”.

Het vochtinfuus heeft overigens direct zijn werk gedaan, want bij thuiskomst vloog de kat op z’n bakje voer af en begon als een idioot te vreten.
Dat is dus al stap één, want het was wel zaak dat de kat dit weekend wél zou eten. Heb nog gevraagd wie er dit weekend dienst hadden, voor het ergste geval.
Maar zoals het er nu uitziet, gaat dat wel meevallen.

Fijn weekend!

Ons wondertje

Vandaag weer naar de dierenarts geweest.
Mijn kat Billy vertoonde zo’n sloom gedrag afgelopen dagen, ging niet meer naar buiten, bleef zelfs op de stoel liggen terwijl het flink onweerde. Dat interesseerde hem niks meer. Heel opvallend want als het 20km verderop onweerde, tijgerde hij al onder het bed. Ik dacht, da’s niet goed.

Dus gistermiddag gebeld met de vraag hoe serieus ik dit moet nemen en we besloten te kijken of de afspraak voor het maken van een foto van zijn onderkaak naar voren kon worden geschoven. Stond gepland op 21 juni. Als die botstructuur erg aangetast zou zijn, zouden we pas kunnen inschatten hoeveel pijn hij heeft.
Het hele weekend ben ik huilend opgestaan en was al bezig met afscheid nemen.

Maar het vreemde was dat de kat gisteravond weer leek op te knappen, hij ging weer naar buiten, niet alleen om op het hekje te zitten, maar om een paar uur de hort op te gaan.
Duhhh! Dat weet ik niet hoor, opleving?

Vandaag werd ik teruggebeld en ik kon gelukkig vanmiddag terecht. Zijn gebit is gereinigd en er zijn foto’s gemaakt.
Hij heeft een zwak en slecht gebit. Als ze het maar even aanraakten begon het al te bloeden. Dus dat was nodig.
Maar wat blijkt uit de foto’s? De botstructuur was niet verslechterd, maar zelfs verbeterd!
Ongelofelijk gewoon! Zelfs de dierenartsen staan versteld.

Vorig jaar augustus is geconstateerd uit 3 biopten dat er een hardnekkige vorm van botkanker in z’n kaak zit en dat is een zeer pijnlijke vorm van kanker.
In januari dit jaar ben ik nog voor controle teruggeweest en toen bleek zijn gebit er onverwacht goed uit te zien. De dierenarts uitte nog: “Ik wil natuurlijk niet gaan twijfelen aan de uitslagen van de professor, maar je zou bijna zeggen dat er niks zit”.
Hij was dus al een klein wondertje. Maar toen ‘deed’ hij het zo goed, dat een foto nemen nog niet nodig was.
Tot afgelopen week dan. Toen dacht ik nog, nu zal het misschien zover zijn dat het echt heel slecht wordt.

De dierenarts die de kat vrijdag zag, had hem nog niet eerder gezien. Er zijn daar 3 artsen in de praktijk. En hij deed de uitspraak “Elke maand dat hij er nog is, mag je blij zijn. De kat heeft al een loopje genomen met de tijd”. En vandaag zei hij nog “Als de foto’s slechter aangeven, moet je toch echt aan een afscheid gaan denken”.

Nah… vanmiddag op de bank schoot er nog even door me heen dat het wel eens net zo zou kunnen gaan als in januari. Ons wondertje. Maar ik duwde die gedachte weg om voorbereid te zijn op het ergste.

Continu was ik bezig met relativeren. Probeerde de ‘gewone’ dingen van de dag te doen. Ik had er moeite mee, want de rode draad was toch het afscheid.
Zó raar nu. Ik ben natuurlijk heel blij, maar moet wel even flink omschakelen. Dat heen en weer slingeren van emoties hakt er best in.

Al met al blijkt de kat dus tóch veel last te hebben gehad van z’n gebit. Wat de dierenarts niet dacht. Daarvoor heb ik een pasta meegekregen die ontsmet en een beschermlaagje over z’n gebit moet leggen, die ik 1x per week achterop z’n kiezen mag spuiten. De dierenarts heeft dat vanmiddag voorgedaan toen de kat nog amper uit narcose was. Ik zei, da’s gemeen, zo makkelijk als het nu gaat, thuis gaat dat altijd héél anders…

Op dit moment, inmiddels al 6 uur lang, ligt meneer nog altijd onder het bed, uit angst dat ik ‘m weer oppak om hem in dat afgrijselijke vervoersmandje te proppen.
Hij háát dat ding. Hij zit dan altijd te trillen en te hijgen met ogen als schoteltjes. Dus ’t is niet zo gek dat hij het vertrouwen even kwijt is.

Morgen weer een nieuwe dag, dan kunnen we weer normaal opstaan.
Gelukkig!